Het zijn drukke weken.. ik denk dat dat al duidelijk was, uit de afgelopen stilte. Van werk veranderen heeft mijn work-life-balance grondig door elkaar gegooid. Langere dagen, kindjes die plots weer als allerlaatsten afgehaald worden in de opvang. Avondlijke drama scènes, gewoon omdat we allemaal moe of ziek zijn… Het kriebelde donderdag, ik kreeg mn meisjes niet uit mn hoofd. Er zijn zo van die dagen dat het pijn doet, van elkaar gescheiden te zijn. Ik wimpelde een late meeting af en suste mn geweten door mezelf voor te nemen savonds nog wat te werken en de volgende morgen een trein vroeger te nemen.
Ik huppelde zowaar de schoolpoort binnen. We dansten over de speelplaats, zo blij waren wij. We gaven handjes en sprongen van de ene bol naar de andere terwijl we ook nog eens de kleuren opnoemden. Dat doen we altijd, als we goed gezind zijn, wij, en als we elkaar terugzien nog voor het donker is. Ik had gehoord dat ze dekbedden verkochten van Maya de Bij, en omdat wij nu net in blijde verwachting zijn van een echt groot-mensenbed, haastten wij ons naar de winkel. Mn klein spook rende naar de ingang en merkte in al haar enthousiasme niet op dat ze op een-horizontale-ter-hoogte-van-haar-hoofd-hangende-baar afliep. Ik zag het van op afstand gebeuren en riep zo luid ik kon PAS OOOOOOOPPP! Maar nog voor ik de woorden uit mn lijf had geschreeuw, zag ik haar al een voorwaardse boenk maken gevolgd door een weerbots, met haar achter hoofd op de grond. Heel even was het muisstil op de ganse parking. Ik scharrelde haar recht, bevond me in lichte staat van paniek, je kent dat die eerste seconden dat het even zwart wordt voor je ogen, en dan overloop je koelbloedig je checklist op zoek naar bloedende tandjes, sneetjes en builen. Ik was verbaasd van noch bloed, noch builen te zien. Na minutieus onderzoek kon ik hoogstens een piepklein stukje zien, dat afgebroken was van haar voorste tand. Ik was erin geslaagd haar te kalmeren, we gingen zelfs nog binnen op zoek naar ons gegeerde dekbed. Ze was toch duidelijk van haar melk dus we beperkten onze aankopen tot wat we beiden in onze armen konden dragen. Ze trok een lange lip aan de kassa en de mevrouw lachtte haar zelfs een beetje uit. Ik zag dat ze boos was om deze reactie, ze zette haar gezichtje op staar-modus en negeerde steevast alle vragen. “Ze is wel net super hard op haar hoofd gevallen”, verdedigde ik haar beleefd. Waarop mn flinke meid de vrouw nog een laatste bliksemschicht toesmeet.
Ze was moe, aanhankelijk en had duidelijk nog pijn, dus ik droeg haar naar de auto. We gingen ons kleine zusje halen in de crèche, waar Lune alweer enthousiast op de trappen sprong. “het is al allemaal vergeten”, lachtte ik nog tegen de verzorgsters. Thuis liep alles zijn gewone gangetje, tot dat ze een uur en half na de feiten begon te klagen van hoofdje pijn en of ze van tafel mocht. De kleur zakte weg uit haar gezichtje dus ik liet haar maar doen. Even later trof ik haar in de living op de mat op de grond. “Ik wil slapen” zei ze, en haar oogjes draaiden volledig weg. Ik voelde meteen dat dit niet goed was, ik legde haar in de zetel en belde de huisarts. Die raadde me aan van haar regelmatig wakker te maken en te checken of ze nog alert genoeg was. “Niet panikeren”, zei hij, “zolang ze niet begint over te geven is er niets aan de hand. Moest het toch zo zijn, dan moet je wel onmiddellijk naar het ziekenhuis”. “Ok” Suste ik mezelf. ” Ze is nog alert genoeg, ze weet nog de namen van haar knuffels, ze weet nog precies wat er gebeurd is en overgeven doet ze niet” Maar omdat ik het niet helemaal vertrouwde liet ik haar wel dicht bij liggen in de zetel. Kleine zus werd snel snel omgekleed en in haar bedje gelegd zodat ik me ten volle op mn grote schat kon concentreren. Ze was heel onrustig en ging zienderogen achteruit. Oogjes bleven slechts enkele seconden open en ze kreeg niets meer gezegd.
Het is ook altijd op zulke momenten dat de wederhelft zn telefoon op het werk vergeet (die vaststelling maakte ik toch na 35 oproepen die allemaal onbeantwoord bleven). Ik had een tweede opinie nodig want vond het moeilijk de grens te trekken tussen slaapdronken en niet meer alert reageren. Ze zag er slechter uit dan een half uurtje geleden dat stond vast maar misschien was ze gewoon ongelooflijk moe. Ik belde naar mn altijd presente noodlijn, mn ouders, die me altijd kunnen kalmeren, die raadden me aan van haar in haar bedje te leggen.
Mn liefste die EINDELIJK was thuisgekomen was verontwaardigd dat ik haar in de zetel had laten liggen en zei onmiddellijk hetzelfde. “De dokter zei toch ook dat we niet moeten panikeren zolang ze niet overgeeft.” Hij nam haar in zn armen en droeg haar de trap op. Daar in het midden van de gang besloot ze natuurlijk heel de trap onder te spuwen.
Er was geen sprake van paniek, ik wist plots heel goed wat er moest gebeuren. Ik besloot eerst snel mn ouders te bellen, want die zouden sowieso een half uur onderweg zijn. Ik ontdeed het lusteloze lichaampje van vieze kleren, papa hees haar in een verse pyama. Ik kuiste zo goed en zo kwaad mogelijk de trap op (immense bloemkool stank I hate you) Ondertussen draaide mn brein op volle toeren en werd er een to do lijst gevormd. Reserve kleren, pyama voor haar en voor mij, knuffeltjes, boeken, pantoffels. Alles had ik bij. Ik stormde de trap af met mijn grote GB zak (er was geen tijd om de trolley te zoeken) Mn liefste was er plots ook niet meer gerust is. Ze reageerde nauwelijks en kon ekel maar staren en wegdraaien met haar ogen. Ze antwoordde niet meer op de vraag hoe haar zusje noemde, en op opa en oma reageerde ze ook niet meer. Mn ouders namen de zorg van het kleine bolletje over en wij stormden met zn driëen naar het ziekenhuis.
Ik haat ziekenhuizen, en vooral dan spoed afdelingen, dat is bij deze nog eens bewezen. Ik ben me er bewust van dat je de wachtrij moet respecteren en ja er zullen wel ergere zaken de revue passeren dan een klein meisje met een hersenschudding. Maar zelfs wanneer het -e i n d e l i jk- aan ons was vonden de DRIE rondlummelende verpleegsters het nodig van eerst nog minuten te roddelen over de vorige patiente en over de andere collega’s. Lune zag lijkbleek begon weer te kokhalzen, en geen van hen vond het nodig te reageren, want ahn nee, eerst het siskaartje aub. Inwendig kookte ik over van woede. Toch slaagde ik erin heel beleefd te vragen of we misschien eerst een bakje voor overgeefsel konden krijgen want zo sukkelen met onze handdoeken dat was ook maar niks. Maar de vrouw aan de overkant bleef stoïcijns kalm en maande een collega aan op zoek te gaan naar een bakje om vervolgens verder te gaan: ” Sis-kaart, huisdokter, gsm van de ouders, .. “ – “What the F*** moet dit nu echt?”
Na veel vijven en zesen werden we dan toch goedgekeurd (hospitalisatie verzekering, catching) en werden we toegelaten tot de spoedafdeling. Ondertussen was het al 10 uur en ons klein meisje was stikkapot, doodmoe. Iemand stelde heel veel vragen. Later een stagaire nog eens, en nog eens. Telkens deed ik exact hetzelfde verhaal. 
Ze checkten haar reflexen,veel kwam er niet uit. Een mengeling van moe zijn, groggy en verlegen. Rondlopen lukte niet goed en resulteerde steevast in opnieuw overgeven. Er werd beslist een scan te maken en haar voor alle zekerheid een nacht daar te houden ter observatie. Elke keer kwam er iemand anders langs om dan terug voor lange tijd te verdwijnen. Ondertussen was het half 12 en waren we nog geen stap verder. Ons meisje was doodop .. en wij ook. Tegen 12 uur werd er een catheder gestoken in haar armpje. Geen goed idee. Het suffe kindje werd spontaan klaarwakker en overklaarbaar alert. Ze verzette zich met haar ganse lijf en schreeuwde heel de boel bij elkaar. En toen sprak ze de aller charmantste woorden tegen de verpleegster: ‘BLIJF VAN MIJ – OF IK SNUT OP JOU” – om het vervolgens ook werkelijk te doen. In elke andere situatie had ik het waarschijnlijk nog grappig gevonden ook. Maar nu probeerde ik gewoon met volle macht om mijn dochter te kalmeren en haar te boehoeden voor het terug uittrekken van het stoute draadje in haar arm. Stout was ze, echt stout en koppig en ongelooflijk onbeleefd. Een zeer moeilijke situatie, niet makkelijk om op zo’n moment strenge ouders te moeten zijn.
We werden begeleid naar de kinderafdeling. Deze tocht kreeg haar ongelukkig weer kalm. We kwamen aan in een kamertje waar een kinderbedje stond, ze vleide zich onmiddellijk neer, ondertussen zo moe en te verbauwereerd om te reageren wanneer de baxters werden bevestigd en ook nog een hele hoop electroden aan een piepend machien. Daar lag ze dan, mn zielig hoopje, gekoppeld aan veel te veel draadjes om goed te zijn. “Ga je bij mij blijven, mama”? – vroeg ze met een trillend stemmetje. “Natuurlijk, mn kleine lieve schat”.

Het was een helse nacht, waar vooral ik heel slecht heb geslapen. Het machien was uiterst gevoelig en sloeg constant in alarm (stilliggen, neen dat kan ze echt niet) Zij deed het super, op het kleine moment van hysterie na, waar ze zichzelf bijna gewurgd had met de draden. Om 5 uur snachts besloot de verpleegster dan toch maar de electroden te verwijderen zo dat we toch nog enkele uren konden slapen.
Smorgens was er ontbijt, Ze had ongelooflijk veel dorst en wanneer ik even naar het toilet ging hoorde ik haar zingen van leve de zeppelin. Dus voor mij was het duidelijk, een wereld van verschil. De kinderarts die rond de middag langs kwam bevestigde dat ze naar huis kon, zomaar, zelfs geen behoefte meer voor een scan. “Ongelooflijk “ sprak ze, “hoe snel een kind recupereert tijdens een nachtje slaap”
En zo stonden wij een uur later terug thuis met enkel de voorwaarde haar een paar dagen rustig te houden. Ik besef dat we heel veel geluk gehad hebben, wij kwamen er met de schrik vanaf. En onze kleine wildebras, die loopt al weer vrolijk rond ondertussen.