Hoe neem je afscheid van iemand die al 6 jaar niets meer zei? Hoe herrinner je je iemand die je de laatste jaren alleen maar in een rolstoel hebt gezien, passief voor zich uit starend, in gedachten verzonken. Ik kon het niet, een mooie tekst schrijven. Ik voelde veel, maar de woorden kwamen niet. Tot op de begrafenis, het was een stralende middag en wij stonden allen rond haar kist, op het kerhof in Sint-Amands. De achterkleinkinderen die al veel te lang, braaf en stil waren geweest, konden het niet laten van op de trapjes te klauteren en rond de dollen in het prachtige groene gras. Kinderen die zij nooit heeft gekend. Het viel me op dat niemand iets gezegd had, over hoe ze was, of over de kleine dingen die ze deed. De meesten van mn neven en nichten hebben het gewoon ook niet zo bewust meer beleefd. Voor haar waren het allemaal nog kleine kindertjes en nu stonden ze hier, in hun jongvolwassen leven voor haar aller laatste eerbetoon. Wij stonden daar, allen op zoek naar de gaten in ons geheugen, luisterend hoe de mooie zomerdag de leegtes in onze hoofden opvulde. 6 jaar is lang, realiseerde ik mij.
Ik ging naar huis, met een wrang gevoel dat ik niets had geschreven, niets had vorgelezen. Dat er vele woorden waren uitgesproken maar er was geen enkele zin geweest die mij werkelijk had geraakt. Er werd gepraat over een moeder, over verdiet, over loslaten, maar het leek alsof het niet over haar was dat men het had.
Ik kwam thuis, sloot mn ogen, liet de zon op mn gezicht vallen en probeerde terug te keren in de tijd. Naar daar waar ik zo graag was, bij haar:
Als ik oma zeg, dan denk ik niet aan de oma van de zonnebloem, maar aan de oma van de apotheek, aan Gent, aan de keuken in Korte Munt, de groene tafels en de lange houten banken – dan denk ik aan de gezellige drukte die er altijd was – aan de kleine lift, die veel lawaai maakte – aan de bruine kast, uitpuildend van cadeautjes vergaard op de zovele tombola’s die oma plichtsbewust bijgewoond had – aan oliebollen van Abel – aan hoe je elke morgen kranig het troittoir schuurde tijdens de Gentse feesten – aan het mooie glasraam met rozen – aan de pilletjes die ik mee mocht helpen maken, aan de geur van de apotheek – aan je witte jas, aan haar vriendelijke “dag madaam” wanneer er iemand binnenkwam – aan hoe ze haar kon klaarmaken voor feesten en soms na lange discussies toch nog veranderde van tenu- aan haar mooie gouden kettingen en oorbellen- aan karnemelkpap uit grote glazen flessen uit het kotje achter de deur – aan het constant lichtjes heen en weer schudden van haar hoofd – aan dikke fotoalbums met fotos in zwart wit, en hoe ze er van hield om daaruit te vertellen – aan de openhaard met de gouden plaat- aan uren samen naar beneden kijken uit het raam met zicht op de trams, de Sarma, en de torens – aan hoe gelukkig je was met je nieuwe heup, – aan op stap gaan in Gent, te voet of met de tram, – aan een croque monsieur gaan eten of een ijsje en over hoe fier je altijd was wanneer je kon vertellen van welke zoon /dochter wij de kinderen waren – aan haar vriendelijkheid, haar sterke waarden, hoe ze geen onderscheid maakte en iedereen altijd evenveel kansen gaf – de glinsteringen in je ogen, toen je vertelde over opa Jules – hoe sterk je was om 11 kinderen alleen op te voeden na zijn overlijden – hoe je soms ‘hedrik-steven-ruben-maarten’ zei ipv frederiek – hoe je kon genieten van op afstand terwijl je naar je spelende bende kinderen keek – hoe fier je was telkens er een nieuw kleinkind of achterkleinkind werd geboren – aan haar slaapkamer met de mooie bruine meubelen, aan hoe je savonds vogels kon maken met je handen in de schaduw van het licht- hoe graag we bij jou logeerden- hoe je met smaak kon eten- hoe eerlijk je was en kordaat, dikwijls met je vinger omhoog en met een serieuse frons op je gezicht – hoe mooi je kon lachen – hoe graag je op stap ging of hoe je hield van familiefeesten – over hoe we je op het nieuws zagen bij de officiele opening van de gentse feesten en over hoe fier ik dan wel was – over hoe veel klasse je uitstraalde, tot op de laatste avond dat we je allemaal samen in volle glorie zagen.
Zovele herrinneringen waar ik helaas al ver voor in mn geheugen moet graven. Voor Lune was je de oma die niet meer kon praten. Ze heeft het nooit anders geweten en vond het dus heel normaal. “Maar ze kan wel goed luisteren hé”, merkte ze ooit heel pienter op. In het begin waren we daar allen van overtuigd op het einde begonnen we zelfs daar soms aan te twijfelen. Ik denk niet dat je nog besefte wie ik was, toch koester ik de momenten van het gewoon bij je zijn, ook al werd er niet veel meer gepraat. Ik kus zacht de mooie foto’s die we nog van je namen, toen nog vurig hopend dat het niet de laatste keer zou zijn. Want telkens we je zagen, namen we stilletjes afscheid, elke keer weer een beetje… Dit weekend voor de laatste keer, in schoonheid, onder een stralende zon, iedereen om je heen, in ieder van ons een deel van jou, wij allemaal samen verbonden door ons verdriet maar nog veel meer verbonden door onze dankbaarheid over wie je voor ons bent geweest.
Hoe fier moet je niet over ons heen hebben gekeken, jouw kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, broers en zussen, één schone hechte familie om je heen. We zullen je koesteren, alsook onze unieke herrinneringen. Slaap zacht lieve oma, laat je voor eeuwig omhelzen door de armen van hem die ja na al die jaren nog zo intens liefhad…
Wij denken aan jou, wij missen jou wij houden van jou, voor altijd!





















