Twee jaren en een feilloze carriere eindigde in haar aller laatste week met een telefoontje van één van de verzorgsters van de crèche. “Lune is gevallen” , zei ze, “en ik vrees dat ze naar het ziekenhuis moet. Is dat ok voor jullie?”
Of dat ok was, natuurlijk, ze had er al moeten zijn. Ik stond op straat, en was op weg naar het station. Ik klikte mn telefoon toe en wandelde verder. Even was er niets in mn hoofd en werd het oorverdovend stil. Dan begon ik plots te lopen alsof ik daardoor sneller thuis zou zijn. Ik rende het station binnen, negeerde de rode cijfertjes, en liep blindelings naar mn vertrouwde trein. Die trein zou vertraagd zijn, vernam ik later, door spelende kinderen op het spoor. Mn liefste zat in Duitsland en dat is dus nog verder dan mij, hij zou er zeker ook niet op tijd geraken, dus belde ik (voor een zoveelste keer) mn papa, mn eeuwige reddingsboei in nood. In plaats van mn vader kreeg ik een irritante proximus stem aan de lijn, die me droogjes vertelde dat mn uitgaande gesprekken waren geblokkeerd, wegens een openstaand bedrag van 35 euro en 10 cent. Dit bedrag had ik nota bene de avond voordien (helaas inderdaad met 3 weken vertraging) betaald. Bellen lukte niet, wel kon ik een betalingsgelofte afleggen, zo zou ik gespaard blijven van 25 euro kosten voor de re-activering van mijn lijn. Helaas gebeurde er daarna niets meer en was het bellen nog steeds onmogelijk. Als verdoofd stapte ik op de trein. Het bleef maar malen in mn hoofd. Wie is er nu bij haar, hoe erg zou het zijn. Al gauw stonden de tranen in mn ogen en vroeg ik met een bevende stem aan de lieve mevrouw naast mij of ik haar telefoon zou mogen gebruiken omdat mn meisje gevallen was in de crèche. Mn handen beefden zodanig dat smssen duidelijk niet zou lukken. De vrouw zei dat ik misschien beter gewoon belde, en zo deed ik. Ik belde mn vader en barstte meteen in tranen uit. Dat ze gevallen was, en dat ik niet wist hoe erg het was, en dat ze haar naar het ziekenhuis hadden gebracht en dat ik vastzat op de trein en ofdat hij langs kon gaan, en ofdat hij het ziekenhuis wist zijn – het was aan de kreatos naar links, vlak over de nieuwe brug.. Mn vader maande me aan om kalm te zijn. Want hij had geen flauw idee over wie ik het had en wat hij nu juist moest doen. Ik stopte mn waterval van woorden, ademde diep en sprak heel traag: “Lune is gevallen in de creche – ik zit vast op de trein – wil jij naar het ziekenhuis gaan?” En dat deed hij.
Ik slikte mn tranen weg, veegde de vreemde mevrouw haar telefoon schoon en gaf hem met een nog steeds bevende hand terug. Ondertussen had ik de volledige aandacht van de coupé in de trein. Iemand vroeg of ik er zou geraken, dat zij het ziekenhuis wist zijn. “Niet nodig” , knikte ik, “.. ik heb een auto, ik hang alleen maar af van de trein” Iedereen hernam zn activiteiten, (sommige konden het echter niet laten van eerst even bedenkelijk met hun ogen te rollen vooraleer ze hun krant verder doorbladerden) maar het raake me niet, ik zonk terug diep in mn gedachten en probeerde terug heel kalm te zijn. In mn hoofd stippelde ik de snelste route uit en tegen het advies van de verzorgster in, besloot ik toch eerst naar het ziekenhuis te gaan en pas later mn kleinste popje op te halen… het zij maar zo, als ik er dan niet op tijd geraak. In het station liep het water langs de trappen naar beneden. Ik week niet van mn doel en plenste kordaat verder recht naar daar waar ik mn auto die morgen om één of andere reden, tegen mn dagelijkse gewoonte in, heel dicht bij de uitgang van de parking had geparkeerd. Dit bespaarde me 10 minuten zeer kostbare tijd en opweg was ik naar het plaatselijke ziekenhuis. Ik had besloten geen domme dingen te doen en het verkeer te nemen zoals het kwam. De radio stond op, maar ik luisterde niet. Ik kon alleen maar heel hard hopen dat alles ok zou zijn. Op de parking kwam ik 2 duidelijk ook aangedane bekende gezichten tegen. “3 draadjes” zeiden ze, ” en ze was echt ongelooflijk flink – Ze zit nu in de wachtzaal samen met uw ouders” En daar vond ik haar inderdaad terug, op mn moeders schoot. Ze wees met haar vingertje en praatte zoals gewoonlijk honderduit over alle vreemde dingen die ze net had meegemaakt of nu nog zag gebeuren. “Mn flinke meid”, dacht ik, “zie ze daar zitten tateren alsof er niets is gebeurd” .
Ze draaide haar hoofdje alsof ze voelde dat ik daar stond. Ze sloeg haar armpjes open, haar lipje begon hevig te trillen en het enige wat ze zei was: “MAMAAAAA”. De manier waarop ze mama zei, bevatte zoveel. In één woord hoorde ik de pijn van het gevallen zijn, de overompeling van het ziekenhuis, en de opluchting dat ik er eindelijk was, eindelijk daar, waar ik een uur eerder al had moeten zijn. “Liefje toch” bracht ik uit met tranen in mn ogen, om vervolgens in haar armen te vallen, en haar 5 minuten niet meer los te laten. Ik kuste haar gezichtje, streelde door haar haar en merkte op dat er buiten een kleine plakker niet veel schade te zien was. “Waar is Majike?” vroeg ze. Ik was vertederd door haar zusterlijke bezorchtheid. Ik nam haar nog eens stevig vast. Zij ging flink naar ons huis met oma en opa en ik pikte ons kleinste meisje op in de crèche.
De overgebleven kindjes waren duidelijk nog steeds van hun melk. “Waar is nune”, klonk het met een bezorgde stem. en “Kijk mama, dat is de mama van June die gevallen is” – En dan kwam het hele verhaal van haar vriendinnetje Liv, dat ze hard hadden gelopen, en dat ze dan gevallen was, tegen dit kastje hier, … dit. En dat ze verf had in haar gezicht, overal ! En dan een dikke plakker. Het verhaal werd nog dikwijls herhaald, zo vernam ik later.
Ondertussen kunnen we er alweer mee lachen. Maar mn hart is toch weer diep geraakt. Het knaagt aan me dat ik er niet op tijd kon zijn. En het doet pijn te beseffen dat ik er nog heel vaak niet zal zijn, op onbewaakte momenten waar het soms eens fout zal gaan. Ik kan alleen maar hopen dat ze steeds omringd zal zijn door fantastische mensen zoals vandaag. Als ik haar zo vredig zie slapen in haar bedje, dan prijs ik mezelf gelukkig, dat het “maar” een sneetje was. Ik fluister dat mama nu bij haar is, en dat alles ok is nu; en ik wens stiekem dat we weer even gespaard mogen blijven, van kleine- en grote accidenten want wonden gaan snel toe, maar een moederhart blijft kloppend open en geneest bijzonder traag.


















